paleontica-logo
Dit artikel moet gereviewd worden. Het kan daarom zijn dat de inhoud en/of de opmaak niet juist zijn.

 

Determinatie

Het determineren van een fossiel is het uitzoeken wat voor fossiel het precies is en welke naam deze heeft gekregen in de taxonomie. Een fossiel correct determineren is een grotere uitdaging dan vaak wordt aangenomen. Goed determineren is dan ook een vaardigheid waar een lang leerproces aan vooraf gaat. Met wat goede wil kunnen we een denkoefening maken, en hierin een aantal categorieën herkennen, die elk op zich erg nuttig kunnen zijn in dit leerproces.

Of je nu jong of oud bent, wanneer je net in deze hobby bent gestapt komt er snel een overweldigende hoeveelheid informatie op je af: van geologische lagen en continentendrift, sedimenten en evolutie, vreemde vormen van lang uitgestorven dieren, bewaartoestanden, pseudofossielen, vervormingen door diagenese, en ga zo maar door. De moeilijke termen volgen elkaar op. Met dat in je achterhoofd ga je met de vereniging voor de eerste keer het veld in en je vindt je eerste fossiel, waarna onmiddellijk de grote vraag volgt:

"Wat heb ik gevonden?"

Er zijn verschillende antwoorden op deze vraag, en de meeste ervan zijn foutief. Maar ook onder de juiste antwoorden zit veel variatie. Kijken we naar het volgende voorbeeld:

We hebben dit fossiel ergens in een bouwput gevonden. Het is mooi bewaard en heeft tal van specifieke kenmerken. Je denkt glazuur te zien en dat klopt wel, het is een tand. Als we met het fossiel naar iemand met meer kennis en ervaring stappen, kan een juist antwoord op de vraag alles zijn tussen 'haaientand' en 'Galeocerdo aduncus Agassiz 1843', soms met nog een variant en benoeming van de positie van de tand in de kaak erbij.  In beide gevallen is het fossiel gedetermineerd, maar in het laatste geval is de determinatie veel nauwkeuriger. 

Met dit voorbeeld in het achterhoofd staan we eerst even stil bij het niveau van een determinatie. Hiermee bedoelen we de nauwkeurigheid waarmee de determinatie het fossiel toewijst aan een specifieke plaats in de taxonomische stamboom. Liefst determineren we een vondst tot op het niveau van de soort. Dit is echter niet altijd mogelijk, vb. wanneer bepaalde kenmerken die de soort van andere soorten onderscheiden (dit noemen we diagnostische kenmerken voor de soort) niet bewaard zijn gebleven. Zo kan het bevoorbeeld zijn dat 2 nauw verwante zoogdieren niet van elkaar te onderscheiden zijn aan de hand van de dijbeenderen, maar wel aan de hand van de kiezen. Hebben we een fossiel dijbeen van zo'n zoogdier gevonden in een formatie waarin de twee soorten voorkomen, kunnen we enkel determineren tot op geslachtsniveau.  

Op www.fossiel.net bieden we een aantal tools aan die van pas kunnen komen bij de aanvang van een determinatie. Ten eerste is er een determinatie-hulp die via een paar gerichte vragen de gebruiker kan helpen het fossiel aan een hoofdgroep toe te wijzen. Daarnaast is er ook ons determinatie-systeem. Dit is een database aan foto's van gedetermineerde fossielen waarin gericht gezocht kan worden volgens groep, geologische ouderdom of locatie. Deze database wordt doorlopend aangevuld en gecorrigeerd door de community achter fossiel.net.

Kom je er zelf niet uit? Zet dan een foto van je fossiel op het Forum, zodat andere fossielenliefhebbers je kunnen helpen. Bij bijzondere vondsten is het ook verstandig om contact op te nemen met professionals van een lokaal natuurmuseum.

 

1. 'Recreatief' determineren

Determinatie begint vaak als een spel: omdat de hoeveelheid wetenschappelijke informatie nogal overweldigend kan zijn, maar tegelijk ook moeilijk toegankelijk is, is er een grote markt voor 'determinatieboekjes' die zich richten op de beginnende verzamelaar. De geven vaak een overzicht van enkele van de meest voorkomende fossielen uit de voornaamste groepen: wat plantenfossielen, ammonieten, belemnieten, trilobieten, crinoïden, graptolieten, etc, uit de hele wereld of van een bepaalde regio's. 

Hoewel deze boekjes zich totaal niet lenen voor een determinatie, kunnen we de beginnende verzamelaar alleen maar aanraden om zo'n boekje in huis te halen en ernstig mee te 'determineren'. Het is een oefening van plaatjes vergelijken: waar lijkt mijn fossiel het meest op. Al doende leer je enerzijds kijken en vergelijken, en anderzijds leer je de anatomie kennen van een breed gamma aan fossielen uit uiteenlopende tijdsperiodes en taxonomische groepen. Dit laatste is ook kennis die je meteen kan toepassen op het terrein, bij het zoeken naar fossielen. Een klein plaatje met knobbeltje wordt plots herkend als plaats van een regulaire zee-egel met interambulacrale knobbel, waar je er misschien vroeger gewoon voorbij liep. 

Louter tot plaatjes vergelijken tot een determinatie komen is riskant: de getoonde tanden zijn alvast geen G. cuvier.

Het is verleidelijk om bij een goede gelijkenis met een fossiel in het boekje, de naam over te nemen op een etiket en het stuk zo in de collectie op te nemen. Je kan dit doen, maar de kans is zeer groot dat je determinatie fout is. Het is dan ook van zeer groot belang om de oorspronkelijke vindplaatsgegevens (zo nauwkeurig mogelijk) bij het fossiel te bewaren. Deze zal je immers nodig hebben om tot een 'echte' determinatie te komen.

Wel kan dit soort van vergelijkingen een goede eerste stap vormen richting een meer solide determinatie. Immers, in bovenstaand voorbeeld hebben we alvast begrepen dat onze fossielen tanden van haaien zijn, mogelijk Galeocerdo sp. of een sterk gelijkend geslacht. Met deze kennis kunnen we gericht zoeken. 

 

2. 'Basis' determineren

Om tot een goede determinatie van een fossiel te komen, gaan we het determineren zelf iets anders benaderen. Het uitgangspunt is niet langer het vergelijken van foto's op zoek naar overeenkomsten, maar het opbouwen van een determinatie vanuit de geologische en biologische basisgegevens:

1) De stratigrafische herkomst van het fossiel: uit welke locatie is het fossiel afkomstig, en uit welke laag (zo nauwkeurig mogelijk)?

2) De taxonomische indeling: op basis van de morfologie van het fossiel, in welke groep kunnen we het onderbrengen (zo nauwkeurig mogelijk)?  

Op basis van het antwoord op deze vragen gaan we gericht zoeken naar toegankelijke, specialistische literatuur waarin de taxonomische en stratigrafische niches waarin we geïnteresseerd zijn, worden behandeld. We kunnen ook de hulp inroepen van mensen met meer kennis en ervaring. 

 Sommige wetenschappelijke synthesewerken geven een behoorlijk goed overzicht van een specifieke groep.

 

3. 'Gevorderd' determineren

Om de exacte wetenschappelijke naam te achterhalen is het vaak nodig om de meest recente specialistische wetenschappelijke literatuur te raadplegen. Dit vormt vaak een praktisch probleem, want deze literatuur is niet altijd even toegankelijk en doorgaans erg duur. Bovendien is de kennis -zelfs over één bepaalde soortengroep- verspreid over tal van artikels uit uiteenlopende wetenschappelijke tijdschiften. Meer informatie over hoe je je weg kan vinden naar de wetenschappelijke literatuur kan je vinden op de infopagina 'Literatuur'. Een lidmaatschap van een wetenschappelijke bibliotheek kan soms een oplossing bieden, maar controleer eerst of de bibliotheek een abonnement om de tijdschriften heeft die jou interesseren. Vaak hebben natuurhistorische musea een abonnment op de meest relevante paleontologische en geologische vakbladen, en de mogelijkheid tot het nemen van kopies in hun bibliotheek. Er bestaan verschillende online databanken met zoekmachines waarmee je specifiek naar wetenschappelijke literatuur kan zoeken. Voor het gebruik van sommigen is een abonnement of associatie met een geabonneerde instelling vereist (vb. ISI Web of Knowledge), en deze zijn voor de leek niet vlot toegankelijk. Anderen (vb. ScienceDirect) laten wel zoekopdrachten in de databse toe. Zo kan je alvast van de meeste artikels in de database de samenvatting of abstract lezen. Veruit één van de meest toegankelijke en krachtige zoekmachines voor wetenschappelijke publicaties is Google Scholar.  

Voor het determineren hebben we in principe de artikels nodig waarin de betreffende soort oorspronkelijk beschreven wordt. Immers, hierin staat het holotype van de soort en eventueel enkele paratypes omschreven, doorgaans met een uitgebreide oplijsting van de kenmerken van de soort in kwestie. In de praktijk zijn we evenzeer geïnteresseerd in de recentere artikels waarin nauw verwante soorten worden beschreven en vergeleken met de soort die we zoeken. Omdat we op dit punt nog niet weten om welke soort het precies gaat, moeten we kruisgewijs verschillende artikels gaan vergelijken. Doordat we idealier wel weten in welke geologische formatie en op welke locatie het fossiel is gevonden, en ruwweg tot welke taxonomische groep het fossiel behoort, kunnen we deze zoektocht al erg toespitsen. 

Uit deze vergelijking komen inzichten over welke specifieke diagnostische kenmerken de verschillende soorten binnen de groep waartoe ons fossiel behoort, onderscheiden. Eens we hier zicht op hebben kunnen we kijken of we deze diagnostische kenmerken net wel, of net niet kunnen terugvinden op het fossiel. Dit niveau van determineren kan gepaard gaan met het toespitsen van de collectie op een beperkte groep of tijdsperiode.

4. 'Professioneel determineren'

In het allerbeste geval komen we er zelfs met 'gevorderd' determineren niet uit: het fossiel dat we hebben gevonden wijkt fundamenteel af van alles wat er binnen de groep beschreven en gekend is. Misschien hebben we een nieuwe soort ontdekt, of een ongekende vormvariant, of is er sprake van een pathologie? 

Hier komen we op een punt waarin het fossiel enkel op een zinvolle wijze binnen het geldend taxonomisch systeem kan geplaatst worden door middel van verregaande vergelijkingen, statistische analyse of geavanceerde onderzoekstechnieken. Een voorbeeld hiervan is morfometrische analyse, waarbij een aantal morfologische parameters wordt opgemeten bij een groot aantal individuele fossielen waarvan men wil onderzoeken of ze tot eenzelfde soort behoren of in verschillende groepen in te delen zijn. Zo'n morfologische parameter kan bijvoorbeeld relatieve de afstand tussen de ogen (in relatie tot de totale breedte) zijn, of de positie van een knobbel ten opzichte van de buitenrand, de lengte/breedte verhouding van een segment, etc... Van zodra je een aantal van deze parameters hebt opgemeten bij een voldoende hoog aantal individuen, kan je er analyse op loslaten. Via bijvoorbeeld Principale Componenten Analyse en Clustering technieken kan je individuen in één of meerdere groepen indelen. Gaat het om één groep, dan kan je spreken over één soort, en is de variatie tussen de parameters die je hebt opgemeten te wijten aan variabiliteit binnen de soort. Soms echter, kan je de fossielen in twee of meer groepen indelen. De statistische analyse laat niet enkel toe om deze indeling te maken en te verantwoorden, maar geeft je ook de cruciale parameters op basis waarvan de indeling is gebeurd. Deze parameters kunnen diagnostisch blijken voor het herkennen van de betreffende soorten. 

Feedback

Mist er iets op deze pagina? Of klopt er iets aan de tekst? Meld het ons.

Doneer

Wij zijn geheel afhankelijk van donaties. Daarom vragen wij onze gebruikers ons te helpen.

0.0%
Percentage van ons maanddoel gehaald deze maand

 Ik wil meer weten

Geo Kalender

Adv. GeoRockShop